Pigmentaties & verkleuringen

Inleiding

  • Onderscheid tussen melanine gerelateerde versus niet-melanine gerelateerde oorzaken:

    • → gepigmenteerd materiaal in oppervlakkige mucosalagen

      • endogeen

        • melaninederivaten

          • melanine = 1 pigment maar kan meerdere kleuren veroorzaken door diepte & ligging

            • dieper: blauw-zwart

            • oppervlakkig: geel-bruin

        • hemoglobinederivaten

          • geoxygeneerd bloed: helder rood

          • zuurstofarm: donker rood

      • exogeen

        • zware metalen

        • synthetische kleurstoffen

        • plantaardige pigmenten

        • ingeënt: tatoeage

        • algemeen opgenomen: intoxicatie

    • ophoping vocht onder epitheel: verandering lichtrefractie (blauwe kleur cysten..)

  • Drie belangrijkste:

    • Focale melanose

    • Systemische aandoening (vb Cushing)

    • Maligne melanoom

Raciale hyperpigmentatie of melanoplakie

  • Melanine

    • ° in dendritische melanocyten in basale lagen epitheel

    • vorming

      • oxydatie tyrosine

      • gekatalyseerd door tyrosinase

      • regeling door MCH

  • Voorkomen

    • blanken

      • gelijkmatige verkleuring mucosa

    • donkere huid

      • ophoping melanine

      • donkere vlekken van wisselende grootte en vorm

      • vooral op gingiva en bij gingivale rand

      • kan ook op wang, palatum en tong

Tatoeage door dentale producten

  • Oorzaken

    • amalgaan

      • tijdens of na extractie

      • stukje dat afbreekt bij extractie

      • amalgaanvulling die gelegd wordt als wonde aan het genezen is

    • zilver

      • bij apexresectie bij zilverstift

      • blauwzwarte vlekkige verkleuring tandvlees

  • Burton's lijn = verkleurde lijn aan de marginale kam op lood, arseen, bismuth, zilver, goud, kwik

Rokersmelanose

  • Komt voor bij 25% van zware rokers

  • Onschuldige en reversiebele afwijking

  • Multipele onregelmatige bruine maculae meestal op de labiale gingiva, wangslijmvlies, palatum

  • Toename van de productie van melanine door melanocyten in de basale cellaag en lamina propria onder invloed van polycyclische amines (nicotine en benzopyreen)

Lingua villosa

  • Goedaardig

  • Vaker i.k.v. roken, xerostomie, antimicrobiële medicatie, slechte mondhygiëne

  • Door hypertrofie en verlenging van de papillae filiformes

  • Retoinezuur voor de behandeling van resistente lingua villosa kan leiden tot alopecia + is teratogeen

Postinflammatoire pigmentatie

  • Postinflammatoire pigmentatie bij lichen planus

  • Oorzaak onduidelijk

  • Verhoogde productie van melanine door melanocyten en opstapeling van melanine in macrofagen

Naevus pigmentosus

  • Melanocyten

    • geven pigment af aan keratinocyt

  • Pigmentcelnaevi

    • overdreven aantal/activiteit dermale of epidermale melanocyten

    • → omschreven hyperpigmentatie

  • Voorkomen

    • frequent op huid

    • zz op mucosa

  • Naevus pigmentosis wordt nooit maligne

  • Chirurgische verwijdering van elke naevus wordt aanbevolen omdat deze klinisch meestal niet kan worden onderscheiden van andere gepigmenteerde afwijkingen

  • Dermatologische afwijkingen zijn geisoleerd & verdacht. Zeker t.h.v. palatum!

Melanotische macula - focale melanose

  • Focale melanose t.h.v. lippenrood van de onderlip

  • Niet verheven, dus geen "naevus"

  • Gevaar

    • risico op ontaarden tot maligne melanoom

      • eerste tekens: plotse groei, kloven of bloeden

    • bij excisie: volledig excideren met rand gezond weefsel

    • ieder vlekje zonder duidelijke etiologie in de mond → verwijzen

Blue naevus

  • Tweede meest frequente solitaire gepigmenteerde laesie mondmucosa

  • Etiologie

    • pigmentvormende melanocyten in lamina propria

    • vooral in palatum

  • DD

    • amalgaan tatoeage

  • Geen maligne degeneratie

Maligne melanoom

cfr. hoofdstuk spinocellulair carcinoma

  • 1% van alle melanomen is mucosaal

  • 50% van de mucosale melanomen komen in de mond voor en is dan steeds zeer agressief

  • Voorkeurslocatie: palatum & gingiva

  • Staging: stadium I en II bestaat niet!

  • 5YS bij vroege diagnose is 28%, bij meta is het 0%

  • Zeer uitgebreide resectie want botmarge van 2 cm + weke delen marge van 1.5 cm!

  • Let op: maligne melanoom is niet steeds zwart! Kan ook dieprood zijn!

Intoxicaties door zware metalen

Bandvormige blauwzwarte verkleuring gingivale rand mogelijk bij loodintoxicatie

Peutz-Jeghers syndroom

  • Wat is het?

    • zeldzaam heriditair syndroom

    • klassiek

      • intestinale polyposis

      • bruine melaninevlekken op de mondmucosa en de huid van het gelaat

        • meestal wang

        • dan gingiva en palatale mucosa

        • ontstaan op vroege kinderleeftijd en zijn vaak het eerste symptoom

  • Belang

    • MKA stelt vermoeden van het syndroom, vervolgens verwijzen naar gastro-enterologie voor verder nazicht, zij stellen de diagnose

    • → detecteren orale symptomen om dan door te verwijzen naar GE

    • verhoogde kans op GI-kanker, maar ook longen, borst, ovaria, uterus, cervix

  • DD met Laugier-Hunziker syndroom

    • adult-onset gepigmenteerde maculae op de lippen, in de mondholte en op de vingertoppen

    • goedaardig, geen behandeling vereist

Endocriene afwijkingen

Ziekte van Addison

  • ACTH werkt stimulerend op melanocyten => verhoogde productie van melanine

  • Bruine vlekken op huid en mucosa

  • Bruine bandvormige verkleuring van vaste gingiva

    • N.B. bij lupus zien we ook bandvormige rode verkleuring

Carney complex

  • Multipele gepigmenteerde lentigines en blue naevi

  • Op aangezicht, oogleden, vermillion, conjuntiva, sclera

  • Kan aanleiding geven tot de ziekte van Cushing

Ziekte van Cushing

Leidt tot pigmentatie van het mondslijmvlies

McCune-Albright syndroom

cfr. niet odontogene tumoren

  • Polyostotische fibreuze dysplasie + endocriene stoornis

  • Café-au-lait vlekken

Gebruik van geneesmiddelen

  • Chloroquine (antimalaria) → onregelmatige zwarte of blauwe verkleuring palataal slijmvlies

  • Reversibele bruine verkleuring van tong en tanden door chloorhexidine

Cyanose

  • Door minder oxygenatie van bloed

  • T.h.v. lippen

  • Oorzaak

    • respiratoire insufficiëntie

    • hartinsufficiëntie

    • abnormaal hemoglobinemetabolisme

Anemie

  • Bleek uitzicht

  • Binnenzijde oogleden checken

Chloasma Gravidarum

  • Donkere huid bij zwangere vrouwen rond wangen en neus

  • Mucosa kan ook donkerder worden

Fordyce granules

  • 80% van normale bevolking heeft dit

  • Licht verheven geelachtige korrels die kunnen conflueren

  • Vaak wangmucosa tegenover molaren en lipmucosa

Infectieuze oorzaken

Candidiase

  • Etiologie: candidiasis

    • normaal aanwezig in 50%

    • wordt pathogeen o.i.v. gastheerfactoren

  • acute atrofische vorm is variant bij:

    • antibioticumkuur

    • lokaal gebruik van corticosteroïden

    • cytostatica

    • slechte mondhygiëne

    • bij een gestoorde afweer

    • tijdens radiotherapie in het hoofd- halsgebied

    • bij hyposalivatie

Mediane rhomboïde glossitis

  • Erythemateuze candidiase van de tongrug

  • Typisch en bijna uitsluitend bij rokers

Cheilitis angularis

  • Perlèche

  • Kloven met een erosieve bodem t.h.v. de mondhoeken

  • Vaak kan Candida gekweekt worden

  • Hoger risico bij ouderen, dragen van prothese, overbeet, immuunstoornissen, diabetes, behandeling met antibiotica...

  • Soms t.g.v. vitamine B- of ijzerdeficiëntie

Stomatitis prothetica

  • Op de plaatsen van contact met de prothese

  • Wijst op een infectie met Candida albicans

Reactieve oorzaken

Verbranding

  • Heelt in 2 weken

  • Kan een witte kleur hebben

  • Kan ook een ulceratie vormen

  • O.a. door aspirine t.h.v. cariës om de pijn te verlichten of compres met zuurstofwater in de omslagplooi

Na radio- en chemotherapie

  • Orale mucositis na radiotherapie

    • aanmaak nieuwe cellen schiet tekort waardoor ulcera ontstaan

    • ongeveer 3 weken na begin radiotherapie

    • tot ongeveer 3 weken na einde radiotherapie

    • later in het helingsstadium kunnen teleangiëctasieën overblijven

Pyogeen granuloom

  • Excessieve weefselreactie op een chronische prikkel

  • Wordt beschouwd als een vasculaire malformatie

  • Makkelijk bloedend

  • Pijnloos

  • In 75% op de gingiva gelocaliseerd

  • Meestal geen pus

  • APO: granulatieweefsel

  • Synoniem: "epulis granulomatosa"

  • Tandsteen kan oorzaak zijn

  • R/ excisie

Perifeer reuscelgranuloom

  • Meestal t.h.v. interdentale papil

  • DD. CENTRAAL reuscelgranuloom-- in dat geval is BOT aangetast -- soms DD moeilijk

  • R/ excisie

Vasculaire oorzaken

Bloedblaar

  • Komt spontaan op

  • Gaat spontaan weg

  • Voornamelijk t.h.v. palatum

Ecchymosen en petechieën

  • Ecchymosen zijn grote en petechieën zijn kleine (puntbloedingen) bloedingen in de orale mucosa

  • Oorzaken:

    • lokaal

    • systemisch

      • anticoagulantia

      • bloedziekten

  • Geen extracties etc. totdat de onderliggende oorzaak gevonden is

Varix/flebectasie

  • Flebectasie: verwijding van een bloedvat

  • Voornamelijk lip, tong en wang

    • tongvarices

      • uitgezette venen aan de ventrale zijde van de tong

      • gezwollen blauwe lijnen

      • niet behandelen

    • bij varices t.h.v. de onderlip kan je geen DD maken met mucocoele die gebloed heeft

    • belangrijke DD met tumoraal proces bij varices t.h.v. de bovenlip

  • >60j

  • Onschuldig

  • Géén verband met hypertensie

  • R/ nihil, tenzij cosmetische exeresis

Vasculaire malformaties

  • Hemangioma's

    • onderverdeling

      • oppervlakkig: capillair hemangioma (kluwen van capillairen)

      • diep: caverneus hemangioma (gedilateerde en met bloed gevulde sinussen)

      • compound: capillair caverneus hemangioma

    • frequent goedaardig letsel mondholte

    • door proliferatie van bloedvaten

    • wisselende grootte

    • typisch

      • verdwijnen rode kleur bij duwen op letsel

      • vult direct terug met bloed als je loslaat

    • voornamelijk congenitaal op kinderleeftijd, verdwijnen spontaan of met medicatie

    • behandeling van hemangioma's bij kinderen

      • propanolol

        • vasoconstrictie, inhibitie van angiogenese en inductie van apoptose

        • gedurende 8 maanden aan 1-1,5 mg/kg/dag

      • lokale corticoïden

      • vincristine

      • interferon-α

      • cyclofosfamide

      • laser surgery

      • combinatie van bovenstaande

  • Vasculaire malformaties

    • simple lesions

      • high flow

        • arterieel

          • zeer gevaarlijk

          • cfr. centraal hemangioom bij de niet-odontogene tumoren

          • klinisch geen onderscheid mogelijk, wel via MRI + eventueel angiografie

          • embolisatie mogelijk

            • vaak recidief ondanks goedaardig

      • low flow

        • capillair

        • veneus

          • volledig onschuldig

          • weghalen indien cosmetisch storend of indien volume-effect

        • lymfatisch

          • veel moeilijker te behandelen

          • in de hals achter de m. sternocleidomastoideus gelegen

          • laat grote sekwellen na bij behandeling

          • eventueel te scleroseren

    • combined lesions

      • arterioveneuze malformatie

      • lymfoveneuze malformatie

      • andere combinaties

    • eerder bij volwassenen

Syndroom van Sturge-Weber

  • Niet erfelijk (encefalotrigeminale angiomatosis)

  • Wijnvlek in het verloop van de nervus trigeminus

  • Veneuze angiomen van de zachte hersenvliezen (leptomeningen) met epilepsie en atrofie

  • Glaucoom

  • Aanwezig blijven van een embryonale vasculaire plexus rond het cefale deel van de neurale buis

  • Is aanwezig vanaf de geboorte

  • Meestal geen risico van bloeding i.t.t. Rendu-Osler-Weber!

Ziekte van Rendu-Osler-Weber

  • Erfelijk: hereditaire hemorrhagische teleangiëctasieën

  • Mutatie op het ENG-gen (endoglin) van chromosoom 9 of op het ALK1-gen (activin receptor-like kinase-1) op chromosoom 12

  • Ontstaan van directe verbindingen tussen arteriën en venen waarbij de capillairen ontbreken

  • Neusbloedingen voornaamste klacht

  • Onderhuidse angiomen

  • Abnormale verbindingen tussen slagaderen en aderen in andere delen van het lichaam zoals de hersenen, de longen en de darmen

  • Indien aanwezigheid van pulmonale arterioveneuze malformaties (fistels): antibioticaprofylaxis bij tandheelkundige interventies om hersenabcessen te vermijden

  • NOOIT neusintubatie

  • Weinig centra die het goed kunnen behandelen (vb. Utrecht)

Auto-immune oorzaken

  • Contactlaesie

  • Plasmacelgingivitis

  • Granulomateuze gingivitis

  • Lineaire erythemateuze gingivitis

  • Erosieve lichen planus

  • Erythema exsudativum multiforme

  • Pemphigus vulgaris

  • Slijmvliespemphigoïd

  • Lupus erythematodes

    • discoïde vorm = cutane lupus

    • systemische lupus

  • CREST-syndroom

  • Graft-versus-Host disease

Potentieel maligne en maligne

Erythroplakie

  • Meestal solitaire laesie

  • Premaligne

  • Vooral mondbodem, tongranden of op het palatum molle

  • Erythroplakie kan gepaard gaan met leukoplakische gebieden. Het betreft dan een zogenoemde erytroleukoplakie.

  • Bijna altijd sprake van ernstige epitheeldysplasie, carcinoma in situ of zelfs een plaveiselcelcarcinoom

Kaposi sarcoma

  • Maligne tumor die uitgaat van het endotheel van bloedvaten van de huid en van de slijmvliezen en wordt veroorzaakt door het humaan herpesvirus 8 (HHV-8)

  • Vooral bij ↓gastheer-immuniteit

    • AIDS

    • na orgaantransplantatie

  • Prevalentie ↓ sinds 'highly active antiretroviral therapy' (HAART)

  • Vier klinische typen Kaposi sarcoma:

    • klassiek type: vooral voorkomend bij mannen in het Middellandse Zeegebied

    • endemische type: vooral voorkomend in Afrika

    • iatrogene type: gerelateerd aan een behandeling met immunosuppressiva

    • AIDS-gerelateerde type

Plaveiselcelcarcinoom

cfr. hoofdstuk spinocellulair carcinoom

  • Van alle kwaadaardige tumoren die ontstaan in de mondholte is ongeveer 90% een plaveiselcelcarcinoom

  • Klinische uiting van een plaveiselcelcarcinoom is wisselend:

    • ulceratieve afwijking

    • exofytische afwijking

    • submuceuze, geïndureerde zwelling

    • leukoplakie

    • erythroplakie

Overige

Atrofische glossitis

  • Atrofisch, rood tongslijmvlies t.g.v. pernicieuze anemie (vitamine B12- deficiëntie)

  • Atrofische glossitis + ijzer deficientie => Plummer Vinson disease: oesofagale webs (risico op tumoren van oesofagus)

Lingua geografica

  • Goedaardige aandoening van de tong

  • Slijmvliesoppervlak verandert voortdurend van aspect

  • Oorzaak is onbekend

  • Frequent, komt voor bij 1 à 2% van de bevolking

  • Kan op alle leeftijden voorkomen

  • Gladde, rode vlekken op de tongrug, omgeven door een wit-grijs beslag

Witte mucosaverkleuringen

Inleidende begrippen

  • Huid is een meerlagig plaveiselepitheel:

    • histologische samenstelling verschilt van streek tot streek

    • dit is afhankelijk van functionele belasting

  • Twee delen

    • epitheel in strikte zin: ectodermaal

    • lamina propria: bindweefselig corium

      • papillaire laag

      • reticulaire laag

    • gescheiden door basale membraan

    • en dan soms nog onderliggende laag die mucosa verbindt met been/spier = submucosa

  • Lagen van het epitheel van diep naar oppervlakkig

    • stratum basale/germinativum

    • stratum spinosum

    • stratum granulosum

    • stratum corneum

  • Verschillen mucosa huid

    • granulosum en corneum enkel in verhoornd mondepitheel (vaste gingiva en palataal slijmvlies)

    • stratum lucidum van huid is er niet in mucosa

    • ook geen aanhangsels in mucosa

  • Interactie epitheel en lamina propria

    • via retelijsten die interdigiteren met dermale papillae

Anatomo-pathologische begrippen

  • Hyperkeratose

    • abnormale verdikking stratum corneum

  • Parakeratose

    • abnormale verdikking stratum corneum met retentie nuclei of kernfragmenten

  • Acanthose

    • hyperplasie stratum spinosum

    • elognatie en fusie retelijsten

  • Dyskeratose

    • benigne dyskeratose:

      • abnormale verhoorning

    • maligne dyskeratose:

      • meer aanzienlijke verandering dan eenvoudige stoornis in keratinevorming

      • impliceert cellulaire atypie, hyperchromatisme, verandering in celpolariteit, verhoogde kern/cytoplasma verhouding, abnormale mitose

  • Mitotische index

    • aantal cellen in mitose op 1000 cellen

    • hoe ouder, hoe hoger (tussen 50-70 jaar is het 50% hoger dan tussen 25-35 jaar)

    • normaal tussen 25-35 jaar is index 1,37

  • Atypie

    • onregelmatige cellen

    • vaak zelfde veranderingen als maligne dyskeratose

Klinische definitie

  • Papel:

    • kleine, vaste, omschreven verhevenheid huid of mucosa

  • Vesicula

    • omschreven, kleine verhevenheid epidermis

    • heldere inhoud

    • grootte varieert tussen speldenpunt-kersenpit

  • Bulla

    • omschreven, grote verhevenheid epidermis

    • heldere inhoud

  • Pustula

    • met etter gevulde holte

  • Erosie

    • oppervlakkig epitheeldefect

    • niet dieper dan stratum basale

  • Ulcus

    • diepe krater

    • door ganse dikte epitheel

    • uitstrekkend in onderliggende lamina propria

Genokeratosen

  • Genetisch overgeërfde witte letsels

    • leukoedeem

    • white sponge nevus (Cannon's disease)

    • hereditaire benigne intra-epitheliale dyskeratose

    • keratosis follicularis (ziekte Darier White)

    • pachonycha congenita

    • incontinentia pigmenti

  • Meestal bilateraal intra-oraal

Indeling

  • 3 grote

    • leukoplakie, lichen planus en candidiasis

    • premaligne letsels

  • Mogelijke premaligne afwijkingen

    • leukoplakie

    • erythroplakie

    • lichen planus

    • orale submuceuze fibrosis

    • palatale laesie in reverse smokers

    • actinische keratose

    • discoïde lupus erythematosus

    • hereditaire afwijking met verhoogd risico op ontaarding

      • dyskeratosis congenita

      • epidermolysis bullosa

  • Witte kleur

    • waarom wordt mucosa wit?

      • één of meerdere epitheliale lagen zijn toegenomen

        • hyperkeratose

        • acanthose

        • lymfocytair infiltraat in lamina propria

      • extrinsieke (afveegbaar) of intrinsiek (niet-afveegbaar) pseudomembraan adherent aan oppervlakkige mucosa

        • cruciale vraag: is het afschraapbaar?

Leukoplakie

Definitie

  • Klinische diagnose (niet histologisch!!)

  • Overwegend witte afwijking

  • Die niet als andere witte goed definieerbare afwijking van slijmvlies kan worden herkend

  • Er bestaan varianten van deze definitie

Etiologie

(cfr. zelfde als mondcarcinoom)

  • Tabak

    • stoppen met roken gedurende 1 jaar: 60% gevallen waar leukoplake verdwijnt

    • Reductie roken gedurende 6 maand: 6% oppervlak vermindering

    • leukoplakie 5x frequenter bij roker

    • leukoplakie mondbodem, mondhoek en gehemelte vrijwel enkel bij rokers (tong is universeel)

  • Alcohol

    • synergetisch effect roken + alcohol

  • Candida-besmetting

    • in 7-39% van de gevallen zien we bij leukoplakie ook Candida

    • zeer frequent bij nodulaire leukoplakie retrocommissuraal

    • kip en ei: wat was er eerst? âžž moeilijke vraag

  • Virale inductie

    • mogelijke oorzaak bij sommige soorten leukoplakie

  • Industriële factoren

    • rubberfabrieken: verhoogde incidentie gemeld

  • Mechanische irritatie

    • voorbeelden

      • slechte passende prothese

      • tand in malpositie

      • habitueel wang of tongbijten

      • irritatie tandeloze kam door antagonistische tanden

    • is soort van eeltvorming

  • UV-stralen

    • actinische hyperkeratose onderlip indien vele uren in buitenlucht en zonexpositie

  • Syfilis

    • zeer zeldzame oorzaak

Goed definieerbare witte afwijking van mondslijmvlies

Leukoplakie is een uitsluitingsdiagnose

âžž dit moet je eigenlijk allemaal uitsluiten voor je de term leukoplakie gebruikt:

Fordyce's spots

  • Normale anatomische variatie

  • Ectopisch in mondslijmvlies gelegen talgklieren

  • bij 80% van bevolking

  • Asymptomatische kleine gele of wit-gele papels

Bohn's nodules en Epstein parels

  • Kleine nodules

  • Vaste gingiva neonati

  • Kleine keratinecysten

  • Verdwijnen spontaan op verloop 1-3 maand

Koplik spots bij mazelen

  • Blauwe witte vlekken tegenover M1 en M2 boven

  • Bij mazelen: paramyxovirus in de winter

  • Verschijnt 1-2 dagen voor maculopapulaire rash

Linea alba

  • Witte lijn bilateraal t.h.v. wangen tegenover occlusievlak

  • Ontstaat door chronische mechanische irritatie gebitselementen bij dichtbijten of zuiggewoonte

  • Volstrekt onschuldig

Morsicatio buccarum

  • Bilateraal wangen

  • Kan ook op lip en/of tong

  • Ontstaat door chronisch bijten op wangslijmvlies (bewust/onbewust)

  • Stress gerelateerd

  • Onschuldig

  • Bij klachten: opbeetplaat

Stomatitis nicotina

  • Witte of grijze verkleuring van het palataal slijmvlies

  • Geprononceerde uitmonding muceuze kliergang

    • kleine rode punten tegen achtergrond van bleke mucosa

    • kan gaan zwellen en mucosa kan verder keratiniseren

    • = ° hobbelig papillair aspect met fissuren

    • geümbiliceerd centrum papel

  • Bij mannelijke pijp-sigarenrokers > 45 jaar

  • Geen maligne omvorming

  • Regressie na stoppen met roken

Materia alba

  • Wit beslag t.g.v. slechte mondhygiëne of onvoldoende fysiologische reiniging

  • Afschilferend epitheel (necrotische cellen, bacteriën) en voedselresten accumuleren vaak

    • onder prothese die nooit uitgedaan wordt

    • bij kinderen met pijnlijke letsels (minder hygiëne)

  • Kan op slijmvlies overal in de mond en ook op de tong

  • Bij immobiliteit tong

  • Gaat samen met halithosis

  • Plaque kan afgewreven worden en laat erythemateuze basis achter

  • DDx

    • Candida

    • leukoplakie

    • lichen

    • chemische brandwonde

Lingua geographica

  • Slijmvliesoppervlak van de tong verandert constant van aspect

  • Onbekende oorzaak

  • Frequent (1-2%)

  • Gladde rode vlekken tongrug omgeven door wit-grijs beslag

    • verspringen constant van plaats

  • Symptomen

    • meestal afwezig

    • zuren kunnen irritatie geven

    • soms samen met fissuurtong

  • APO

    • regelmatige acanthose

    • hyperkeratose

    • oppervlakkige perivasculaire ontsteking met neutrofiele polynucleairen

  • GEEN mondspoelingen geven (alcohol irriteert)

  • Geen verdere behandeling nodig

  • Advies geven om alle fruit/groenten met pitten te mijden

Frictiekeratose

  • Chronisch trauma aan tandvlees

  • Door krachtig tandenpoetsen

  • Door prothese die beweegt

  • Door chronische tongbijten

Aspirine-etsing

= chemische verbranding

  • Chemische brandwonde door aspirinetablet in omslagplooi te houden (sommige mensen denken nog dat tandpijn hiermee opgelost kan worden)

  • Kan lijken op morsicatio (alhoewel dit altijd dubbelzijdig is)

  • Enkel biopsie als anamnese onbetrouwbaar is

  • Als je hiermee stopt, gaat het vanzelf weg

  • Andere mogelijke brandwonde producten: trichloorazijnzuur, eugenol, tandpasta's met Sanguinaria

Huidtransplantaat

  • In kader van preprothetiek of oncologisch herstel intra-oraal defect

  • Goede anamnese!

Hairy leukoplakia

  • Witte verkleuring bilateraal op tongrand bij immunodeficiënte patiënt

    • soms harig aspect

    • niet afveegbaar

    • geen klachten

  • Vaak bij HIV (15% van patiënten)

  • Domme naam want leukoplakie (ongekende oorzaak) is het dus niet en het is niet premaligne

  • Voor diagnose is biopt nodig: EBV DNA in epitheel aanduiden

  • Als je deze diagnose stelt, pathognomonisch voor HIV (of andere immuuncompromitterende zaken)

  • Zelden behandelen want weinig klachten

  • R/ antivirale middelen, maar vaak recidief na staken

Lupus erythematosus

  • Systemische auto-immuunaandoening van ongekende oorsprong, vooral bij vrouwen (90%)

  • Er bestaat ook cutane lupus (enkel huidaantasting), vaak ook huidletsels naast intra-orale letsels: vlindererytheem en discoïde letsels in het hoofd-halsgebied

  • Voorkomen

    • schijfvormige erythemateuze verandering

    • dunne witte lijntjes aan de rand

    • wangen, palatum, gingiva

    • soms gepaard met pijnloze ulcera

  • DD: leukoplakie, lichen en lichenoïde letsels

Cheilitis actinica, seniele keratosis, actinische keratose, solaire cheilitis

  • Korstvormende afwijking lippenrood onderlip

  • Kan overgaan in SCC = premaligne!!

  • Etiologie:

    • blootstelling aan zonlicht

    • bij mannen op oudere leeftijd (DDx met herpes labialis âžž dit zie je vooral bij jongere mensen)

  • Diagnose via excisiebiopt

  • R/ vaak lipshave: oppervlakkig verwijderen slijmvlies

Leukoedeem

  • Opalescente melkwitte tot grijze oppervlakte verandering wangmucosa

  • Meestal bilateraal

  • Witte lijntjes en rimpeltjes

  • Vooral bij rokers

  • Voorkomen neemt toe met de leeftijd

  • Bij Afrikaanse afkomst

  • Ongekende oorzaak en geen behandeling nodig

White sponge naevus (Cannon's disease)

  • Genetisch bepaalde afwijking: autosomaal dominant (familiaal voorkomen!)

  • Komt op op kinderleeftijd en persisteert

  • Symptoomloos

  • Bilaterale laesies

  • Volstrekt goedaardig

  • Kan ook vaginaal of rectaal

  • Geen behandeling nodig

Keratosis follicularis (ziekte van Darier White)

  • Autosomaal dominante aandoening

  • Huidletsels en occasioneel mondletsels

  • Witte papels op wangen, lippen, tong en verhemelte

  • Vulva, vagina en anus kunnen ook aangetast zijn

Dyskeratosis congenita

  • Erfelijke aandoening

  • Atrofische nagels, huidletsels, pancytopenie en witte mondletsels (85%)

  • Papila atrofie tongrug

  • 12% (tot 40%) van de mondletsels evolueren naar SCC

Pachyonychia congenita

  • Syndroom

  • Dystrofische nagels, verhoorning handpalmen, voetzolen, tongranden

  • Witte vlekken mondmucosa

Incontinentia pigmenti

  • Erfelijke afwijking dominant

  • Lethaal voor mannen

  • Vrouwen overleven en vertonen huid- en tandafwijkingen

  • Mond: witte plaquevormige letsels wangen met eventueel verruceus aspect

  • Andere tekenen: partiële anodontie, strabisme, nystagmus en epilepsie

Fanconi anemie

  • Witte of ulceratieve letsels in de mond âžž kan kwaadaardig ontaarden

  • Verdere beenmergsuppressie

Voorkomen

  • <1% van bevolking

  • Even vaak bij man als vrouw

  • Meestal >30j âžž 8% van mannen boven 70 jaar heeft leukoplakie

  • 5x meer bij rokers

  • Bij patiënten die immuungecompromitteerd kan je simultaan meerdere types letsels zien

  • Lokalisatie (hoog naar laag)

    • lippenrood

    • wangslijmvlies

    • alveolaire mucosa

    • tong

    • gehemelte

    • mondvloer

  • Retrocommissuraal

    • tot 30% van totaal

    • vaak Candida-infectie

  • Associatie met maligniteit

    • tongrand 17%

    • lippenrood 14%

    • mondvloer 6%

Anatomo-pathologie

  • Wisselend uitzicht

    • van gewone verdikking keratinelaag = callus

    • tot carcinoma in situ

  • Meestal twee types

    • letsels zonder cellulaire atypie (dyskeratose)

      • 82% van de letsels

      • onschuldige respons op irritatie

      • wisselende combinaties van hyperkeratose, parakeratose en acanthose

    • letsels met wisselende graad van dyskeratose

      • van lichte onregelmatigheid in basale laag

      • tot echt carcinoma in situ: uitgesproken atypie in alle lagen epitheel

        • weinig keratinevorming

        • eerder rood dan wit

        • wisselende graad ontstekingsinfiltraat lamina propria

  • Bij eerste onderzoek is 10% al maligne

Klinische symptomen

Homogene leukoplakie

  • Uniform letsel met glad oppervlak

  • Uitgebreidheid varieert

  • Gladde vlakke of licht verheven plaques van doorschijnend witte kleur

  • Asymptomatisch

Niet-homogene leukoplakie

  • Erythroleukoplakie

    • deels wit, deels rood

    • kan overal in de mond

    • klachten van irritatie of branderigheid

  • Erythroplakie

    • homogene vuurrode fluweelachtige vlek of eilandjes van leukoplakie op overwegend erythemateuze basis

    • zeldzamer dan leukoplakie

    • vooral op wangmucosa

    • prognose is ernstiger dan leukoplakie âžž ALTIJD BIOPSIE

      • APO: epitheliale veranderingen van dysplasie tot carcinoma in situ of invasief carcinoom

    • klachten: irritatie of branderigheid

  • Speckled leukoplakia - nodulaire leukoplakie

    • speciale vorm van retrocommissurale leukoplakie

    • sommige letsels zijn omgrensd - andere gaan geleidelijk in normale mucosa over

    • kleur: parelwit tot geel-grijswit

    • locatie: vooral retrocommissuraal âžž teken van imminente maligniteit (studie uit India toont dat 74% van de SCC dit in de voorgeschiedenis hadden)

    • vaak Candida-surinfectie (niet zeker of primair of secundair gegeven is)

    • andere geassocieerde factoren: roken en te lage beethoogte

    • R/ biopt met excisie en antimycotisch middel

  • Verruceuze leukoplakie

    • gebruikte termen

      • floriede orale papillomatosis

      • verruceus carcinoom

      • verruceuze leukoplakie

      • verruceuze hyperplasie

      • gespikkelde leukoplakie

    • dysplasie

      • 66% van de gevallen aanwezig

      • 29% heeft geassocieerd verruceus carcinoom

      • 10% heeft geassocieerd SCC

      • sommigen zeggen dat verruceuze leukoplakie transformatieratio heeft van 64%

    • proliferatieve vorm

      • multifocaal voorkomen

      • vaak gingiva betrokken

      • therapieresistentie

    • R/ excisie

      • maar 87% recidief

Differentiële diagnose

Alle andere witte verkleuringen

Prognose

  • Maligne transformatie

    • maligne ontaarding is 5% over 5 jaar

    • mondholtecarcinomen die omgeven zijn door leukoplastisch slijmvlies

      • 20-50% volgens literatuur NL

      • 17-35% volgens literatuur INT

      • âžž suggestie dat SCC voorafgegaan wordt door leukoplakie

    • erythroplakie

      • bij biopt reeds 91% is ontaard

    • leukoplakie onderlip

      • 6-10% heeft maligne degeneratie

      • traag evolutief

      • laattijdig metastaseren

  • Biomarkers

    • bestaan enkel voor erythroplakie

      • podoplanine

      • ABCG2

    • verder geen die maligne transformatie betrouwbaar voorspellen

  • Dysplasie

    • indien histologisch bevestigd âžž maligne transformatie in 25% van de leukoplakies over 4 jaar

    • mate van dysplasie is niet bepalende voor ontaarding

    • indien excisie, toch maligniteit in 3-9% van gevallen

  • Recidief na chirurgische excisie: 10-35%

  • Tijd tussen diagnose maligne ontaarding en éérstvolgend event (recidief, nieuwe primaire tumor, recidief SCC, verder dysplasie, overlijden)

    • 12 maand: 80% event-free

    • 60 maand: 24% event-free

Risicofactoren voor maligne transformatie

  • Karakteristieken met groter risico op maligne transformatie

    • mondvloer of tong locatie

    • geen roker

    • niet-homogeen type

    • dysplasie en voorgeschiedenis van carcinooom

    • pijn

    • lange duur

    • vrouw

  • Discussie over follow-up goedaardige leukoplakie en therapeutische houding

    • geeft soms toch ontaarding

    • wordt vaak onvoldoende breed weggenomen

Behandeling

  • ALTIJD BIOPSIE

  • Dyskeratose âžž verwijderen

  • Hyperkeratose

    • afwachtende houding met regelmatige follow-up

  • Techniek verwijdering

    • lasertherapie

      • elegant

      • nadeel: geen APO

    • heelkunde

      • mutilerend, vaak huid of mucosatransplant nodig

      • voordeel: altijd APO

Lichen Planus

Inleiding

  • Voorkomen als mucocutane aandoening

    • chronische huidziekte (de papel)

    • chronische orale aandoening (symptoomloos)

Chronische huidletsels

  • Jeukende polygonale papels van paar mm diameter

  • Vlakke glanzende violette oppervlakte

  • Fijne adherente schilfers en striae van Wickham

  • Lokatie

    • flexor pols en voorarm

    • extensor onderste extremiteit

    • 10% heeft aantasting nagels

  • 70% van patiënten met chronische huidletsels ontwikkelt ook orale letsels

    • (jeukend), bilateraal en vaak kleurverandering

Mucosaletsels

  • Vaak op dorsaal gedeelte wangslijmvlies (molaren)

  • Tong en minder op lippen

  • Lichen van de gingiva zal rood kleuren en niet wit

Vormen

  • Reticulaire vorm

    • zeer karakteristiek beeld

    • witte striae met grillig patroon (varenachtig beeld)

    • basisletsel = papels die dicht aaneengeregen zijn (vormen lijntjes)

    • meestal bilateraal, soms multipel

    • altijd asymptomatisch

  • Papulaire vorm (acuut)

  • Plaque vorm

  • Bulleus type

    • DDx met pemphigus, pemphigoïd en dermatitis herpetiformis

  • Erosieve lichen

    • grote en onregelmatige erosie van mucosa

    • in periferie zitten witte striae

    • acute episode die opkomt bij stress

    • branderig pijnlijk gevoel in mond

  • Atrofische lichen

  • Hypertrofische lichen

Lichenoïde letsels

  • Op lichen gelijkende orale letsels

  • Kan door direct contact (contactstomatitis) van mucosa met amalgaan of door medicatie (allopurinol)

Histopathologie en immunopathologie

  • Hyperkeratose en acanthose

  • Typisch zaagtand aspect onderste epidermale rand

  • Dermo-epidermale junctie:

    • haarden van hydropische degeneratie

    • dens bandvormig infiltraat van lymfocyten

    • subepidermale colloïdneerslag die kleuren voor IgM en IgA

Verloop en prognose

  • Geleidelijk ontstaan

  • Gemiddelde duur is 12-18 maanden

  • Kan jaren duren

  • Na genezing: resterende pigmentatievlek die langzaam verdwijnt

Etiologie

  • Waarschijnlijk type IV auto-immuunziekte

  • Genetische en metabole factoren kunnen predisponeren

  • Pschychosomatische factoren kunnen predisponeren

Epidemiologie

  • Prevalentie <1-2%

  • 2x meer bij vrouwen

  • Mondletsels verschijnen tussen 40-50 jaar (huid tussen 30-40 jaar)

  • Indien orale lichen bij kinderen <14 jaar âžž in >90% ook huidletsels

Biopsie

  • Niet bij reticulaire

  • Wel bij rest!

Premaligniteit

  • 3% maligne degeneratie

  • Vooral bij atrofische variant en erosieve lichen

  • Follow-up van 2x/jaar

Behandeling

  • Corticoïden lokaal: clobetasol propionaat 0,05%

  • Corticoïden algemeen bij erosieve

  • Tacrolimus 0,1% âžž Protopic zalf voor huid die we in de mond toepassen

  • Enoxaparine (Clexane) 1x/week gedurende 10 weken

  • Allemaal geen invloed op gewone chronische vorm

  • Heelkunde heeft geen zin omdat de letsels gewoon elders terug verschijnen

Candidosis

Inleiding

  • Candida albicans is commensaal bij 50% van bevolking

  • Infectie bij

    • verzwakte toestand

      • diabetes

      • leukemie

      • preterminaal

      • immunosuppressie

        • chemotherapie

        • transplant

        • HIV

    • voorbeschikkend lokaal terrein

      • xerostomie

      • bestraling

      • slechte mondhygiëne

Acute pseudomembraneuze Candida (spruw)

  • Inleiding

    • klassieke vorm

    • witte licht verheven vlekken die afgewreven kunnen worden (=pseudomembranen)

      • gedesquameerd epitheel

      • keratine

      • fibrine

      • necrotisch materiaal

      • voedselresten

      • leukocyten

      • bacteriën

      • alles verankerd aan epitheel door hyphae Candida

    • erosieve erythemateuze oppervlakte

    • vooral bij zuigelingen en oude verzwakte personen of na breedspectrum antibiotica/immunosupressiva

    • eventueel samen met acute parotitis

    • zeer zeldzaam bij gezonde volwassenen âžž dan moet je verder denken: anemie, diabetes, abnormaal bloedbeeld, HIV

  • Behandeling

    • vaak is lokale behandeling voldoende: Nystatine in gel

    • eventueel mondspoeling met chloorhexidine digluconaat 0,2% als ondersteuning

    • indien onvoldoende: ketoconazole per os

Acute atrofische

  • Kan volgen op acute pseudomembraneuze candidosis

  • Kan primair ontstaan na behandeling met breedspectrum antibiotica

  • Vuurrode, oedemateuze en pijnlijke tong

Chronische atrofische Candida

  • Uitleg

    • denture stomatitis

    • voornaamste vorm van Candida in de tandheelkunde âžž tot bij 60% van prothesedragers

    • vuurrood palatum met branderig gevoel, mooi afgelijnd door prothese

  • Behandeling

    • prothese 's nachts uitlaten in antiseptische oplossing (chloorhexidine gluconaat 1%)

    • goed reinigen palatale oppervlakte prothese door borstelen met handzeep

Chronische hyperplastische Candida

  • Retrocommissuraal wangslijmvlies, vaak bilateraal

    • lijken op leukoplakie

    • vaak wratachtig aspect met nadien korrelig oppervlak

    • vaak denken aan maligniteit

    • is een PREMALIGNE afwijking met ontaarding in 15 tot 20%

  • Hyperplastische Candida is niet afschraapbaar. Dus dit kan je eigenlijk niet meer onderscheiden van leukoplakie âžž op biopsie zal Candida worden vastgesteld

  • Onduidelijk of Candida-besmetting primair of secundair is bij deze letsels

  • Met coagulatie de hyperplasie wegbranden en eventueel verhemelteplaatje ingesmeerd met lidocaïne en Terramycine aanbrengen

Andere manifestaties

  • Cheilitis angularis

    • perlèche âžž hieruit kweek je vaak Candida

    • bij kinderen

      • mechanisch irritatie

      • malocclusie

      • atopische dermatitis

      • Candida

      • bacteriële infecties

      • habitueel aflikken

      • maceratie commissuren

      • anemie

      • nutritionele deficiëntie

      • AIDS

    • kan dus Candida zijn, maar ook 1000 andere zaken

  • Rhomboïde glossitis

    • congenitale afwijking volgens vroegere gedachtengang

    • wordt heden beschreven als gevolg van chronische Candida

    • steeds ook ectopisch schildklierweefsel in DDx houden

  • Lingua nigra

    • 50% heeft Candida in beslag

    • Behandeling: haren kortknippen + borstelen met zuurstofwater + schrapen

  • Papillaire hyperplasie palatum

    • bij prothesedragers

    • geassocieerd aan chronische Candida

Last updated