Goedaardige mucosatumoren
Inleiding
Belangrijke rol voor de tandarts
vaak toevallige vondst in tandartsstoel
is de enige diagnostische setting met veel aandacht voor de mond
tijdige verwijzing kan verschil zijn tussen leven of dood
niet enkel verwijzen, maar ook nadien klinisch opvolgen
Het stellen van de diagnose
vaak heel kenmerkend klinisch aspect âžž goed vermoeden diagnose zonder weefselonderzoek
kleine afwijkingen tot 1cm zonder tekens van maligniteit âžž doe excisiebiopt (marge van maar enkele mm)
grote en verdachte afwijkingen âžž doe incisiebiopt (meest verdachte plaats en voldoende diep)
iedere biopsie heeft zijn eigen vereisten (vers, gefixeerd, met gezond weefsel erbij…) ➞ altijd correleren met vermoedelijke diagnose
Onderverdeling van de tekst
groep 1: louter afwijking epitheel
papillaire gezwellen
vingerachtige projecties
bloemkoolachtig
afgerond en stomp
zoals fungiforme papillae van de tong
verruceuze letsels
hetzelfde als supra
microscopisch meer onregelmatig oppervlakkte
geümbiliceerde letsels
koepelvormig
ingerolde rand en centrale instulping gevuld met keratine
papels
klein < 0,5cm
groepjes (diffuus)
polypoïde laeses
cfr. papels maar groter
groep 2: afwijking epitheel als gevolg van onderliggend proces (secundair opduwen mucosa)
dit is veel frequenter
zijn eigenlijk geen echte ’mucosa’tumoren
Diffuse papillaire en polypoïde laesies zijn vaak uitdrukking van systeemziekten
Focale papillaire en verruceuze laesies
Papilloom
Relatief zeldzaam goedaardig gezwel van de mondmucosa
Voorkeurslokalisatie
tong
harde en weke palatum
minder: buccale mucosa, gingiva en lippen
Voorkomen
wit
gesteeld
bloemkoolachtig
diameter: enkele mm
Etiologie
HPV 2-6-11 (maar niet altijd!)
R/
excisie aan basis âžž dan weinig recidief
indien multipel aanwezig âžž neiging tot recidief
geen maligne degeneratie
Verruca vulgaris
= Wratjes âžž zeldzaam in de mond
Voorkeurslokalisatie
lippen en tong
check altijd andere lichaamsdelen (vingers/nagelbijten)
indien in grote getallen aanwezig âžž cave HIV of immunosuppressie
indien verruca vulgaris retrocommissuraal âžž denk aan HIV
Voorkomen
witte bloemkoolachtige uitzicht cfr. papilloom
Etiologie
HPV type 2-4-40
R/
zelf limiterend âžž kan spontaan verwijderen
indien storende lokalisatie: coagulatie of cryotherapie
recidiveert frequent
Condylomata acuminata
Geslachtsziekte (SOA) die frequent in ano-genitale regio voorkomt
Voorkeurlokalisatie
kan in mond: zachte gehemelte en mondvloer
bij HIV-positieven en immuungecompromiteerd
Voorkomen
multipele kleine roze nodules
vloeien samen tot zacht sessiel of gesteel geheel (dit is typisch en zo onderscheid je andere papillaire letsels)
Etiologie:
HPV 6-11
auto-inoculatie of sexueel contact
Verruciform xanthoma
Keratotisch letsel
Voorkomen
keratotisch letsel
normaal gekleurde oneffen verhevenheid
ulceratieve klinische indruk (opgeworpen randen)
< 1,5cm
meestal: verhemelte en alveolaire kam
Etiologie:
niet door lokale irritatie, tabak, HPV of hyperlipidemie
R/ excisie
Andere
Sialadenoma pailliferum
Reuscelfibroom
Specific granulomatous infections
Focaal en geümbiliceerde papels
Keratoacanthoma
Goedaardige snel ontwikkelende hoornvormende afwijking van de huid âžž zet ons vaak op het verkeerde pad door maligne uiterlijk
Vaak DDx met epidermoïdcarcinoom
Voorkeurslokalisatie
uitsluitend lip
Voorkomen
50-70 jaar, meer bij mannen
solitair
kratervormige centrale verhevenheid (keratineprop)
zelden >1,5cm
kan pijn geven en kan adenopathie geven
Etiologie
ongekend
mogelijk uit haarfolikel of sebumklier
R/
geneest spontaan binnen 4-6 maand = self healing carcinoma
obligate biopsie gezien niet klinisch te onderscheiden met maligniteit (SCC)
zelfs biopsie kan er dan naast zitten
kerato-acanthoom heeft wel echt snelle groei (weken)
veiligheidshalve âžž bij minste twijfel behandelen als plaveiselcellig carcioom
recidief is zeldzaam
Molluscum contagiosum
Uniek type virale wratten
Etiologie
infectie met poxvirus
Voorkeurslokalisatie
huid bij kinderen
anogenitaal bij volwassenen
indien intra-oraal âžž suggestief voor immunosuppressie of HIV
Voorkomen
kleine noduli met centrale pit
R/
excisie kan
Warty dyskeratoma
Diffuse en multifocale papillaire letsels
Condyloma acuminatum
Zie supra
Kan ook diffuus voorkomen
Verruceuze hyperplasie of atypische verruceuze leukoplakie
Precancereus letsel
einde van benigne spectrum tussen verruceuze leukoplakie en verruceus carcinoom
kan je klinisch niet onderscheiden van een carcinoom
Voorkeurslokalisatie
gingiva
omslagplooi
Voorkomen
witte of lichtroze
exofytische/bloemkoolachtige verhevenheid
Etiologie
soms isolatie van HPV (niet altijd)
R/
nauwgelet opvolgen
regelmatig biopsie
eradicatie is zeldzaam en recidief frequent
Verruceus carcinoom
Maligne tumor maar
voldoet niet aan alle kenmerken van carcinoom
metastaseert niet!! (tenzij na anaplastische transformatie)
kan wijzigen naar SCC (vb. bij recidief)
Etiologie
ontstaat uit verruceuze leukoplakie
associatie aan tabagisme
minderheid: HPV subtype 2
Voorkomen
oppervlakkige groei
exofytisch wratachtig witte omslagplooi
R/
radicale resectie met marge van 1cm
radiotherapie is een mogelijkheid voor zeer uitgebreide of inoperabele letsels
Acanthosis nigricans
Gepigmenteerde papillomateuze huidlaeses
Tong en lippen als voorkeurslokalisatie
Oorzaak onbekend
Gepaard met GI maligniteit
Altijd indicatie om verder te investigeren!! (paraneoplastisch)
Zeldzame aandoening
Geen lokale behandeling nodig
Focale dermale hypoplasie
Nevus unius lateris
Diffuse papels en polypoïde laesies
Benigne papillaire hyperplasie (palatale papillomatose)
Soort nodulaire vorm van denture stomatitis
Voorkomen
dicht gerangschikte ovale of ronde oedemateuze papillaire uitstulpingen (diameter 2-4mm)
erythemateuze achtergrond
‘wratachtig’ gehemelte
wisselende graden van ontsteking
zelden ulceratie
Etiologie
onduidelijk
soort inflammatoire hyperplasie geassocieerd aan frictie/irritatie
slechte prothese, mondhygiëne of onvoldoende speeksel
rol van Candida blijft speculatief (gezien ook vorm bij niet-prothesedragers)
R/
orale antifungale gel (Nystatine) + Sporanox
cryotherapie (onder LA)
electrocoagulatie van hele palatum
plaatje of prothese met lidocaïne/terramycinezalf
Stomatitis nicotina (smokers palate)
Voorkomen
eerst roodheid en ontsteking palatale slijmvlies
dan grijswit gerimpeld aspect
geümbiliceerde papels ➞ evolutie tot verdikt multinodulair uitzicht met centraal van iedere nodule geretraheerde rode punt
Voorkeurslokalisatie
posterieure palatum durum
palatum molle
Etiologie
pijprokers
kan ook bij andere rokers
geen maligne ontaarding âžž maar wel aanwezigheid risicofactor roken
R/
spontane remissie na rookstop
Focaal epitheliale hyperplasie (ziekte van Heck)
Ziekte van Heck
Vookomen
goedaardige asymptomatische gladde verhevenheid slijmvlies
multipele fibroompjes op mucosa of lippen
Etio:
HPV 13-32
niet bij ons, enkel in Amerika en Groenland
R/ spontane genezing na 1 jaar
Multipel hamartoma syndroom (ziekte van Cowden)
Ziekte van Cowden
Voorkomen
multipele kleine witte noduli op gingiva, tong, palatum en lippen
concomitante keratosen t.h.v. voetzool en handpalm
Etiologie
hereditair: autosomaal dominant
mutaties PTEN: tummor supressor ➞ paraneoplastisch teken (check algemeen voor tumoren: borst, schildklier…)
Pyostomatitis vegetans
Idiopathische inflammatoire afwijking mondholte
Etiologie:
associatie met IBD (CU>Crohn)
leveraandoeningen
Voorkomen
multipele witte friabele pustels op wang en lipmucosa
pijnlijk/brandend
snail track = erosie en ulceratie van pustels laten soort spoor achter
DDx
Behçet
bulleus pemphigoid
epidermolysis bullosa
Herpes simplex
syfillis
R/
controle GI symptomatologie
orale laesies verdwijnen dan
Epitheliale zwellingen secundair aan een onderliggend proces
Zwellingen die het epitheel oplichten en dus hun oorsprong vinden in diepere lagen dan het epitheel
Onderverdeling o.b.v. lokatie met de etiologie van de letsels in verschillende lagen
Bij gegeneraliseerde zwellingen âžž internistisch nakijken
Differentieeldiagnose volgens lokalisatie
goedaardige mucosatumor, uitermate zeldzaam
de meest frequente en de best bekende in een tandheelkundige praktijk
meeste gezwelletjes zijn onder de mucosa gelegen
term epulis betekent alleen gezwel van de tandvleesrand, zonder enige specificatie over de histologische aard van het gezwel
onderlip: mucocoele in de onderlip is zeer frequent
diphenylhydantoine hyperplasie
bovenlip: bij een bolletje moet in de eerste plaats aan een semimaligne of maligne speekselkllertumor gedacht worden
reuscelepulis: peripheral giant-cell granuloma
- giant cell reparative granuloma (van het bot): uitgesproken weefselreactie op een irritatie
- giant-cell tumor
- DDx: pulpapoliep, exofytisch carcinoma
pyogeen granuloma
zwangerschapsepulis
fibreus epulis
diphenylhydantoïne hyperplasie
normale anatomie, soms toch ongerustheid veroorzakend:
- papillae foliatae
- papilae vallatae
- tongtonsillen (worden vaak door patiënten als niet normaal gezien)
onder de goedaardige tumoren vooral:
- irritatiefibroom, vooral aan de tongpunt
- lymfangioom
- hemangioom
een klein lymfangioom komt vooral op de middellijn voor, een andere anomalie op de middellijn is de romboïde glossitis
een hemangioom, en het zijn bijna uitsluitend caverneuze hemangiomen, komen meer lateraal en in de voorste tonghelft voor
Bij de gezwellen van het palatum kan een lijn getrokken worden die gaat van premolaar tot premolaar. Wat ventraal hiervan gelegen is, is betrekkelijk veilig.
In de middellijn is een beenharde tumor altijd een torus palatinus, ook wanneer hij gelobd is, of wanneer de oppervlakte door mechanisch trauma een lichte oppervlakkige ulceratie vertoont.
Lateraal is een weke zwelling een abces, dat bijna altijd uitgaat van de laterale snijtand of van een getransplanteerde hoektand.
Het wordt gevaarlijker wanneer de zwelling dorsaal van die lijn gelegen is, zelfs wanneer zij klein en helemaal niet geülcereerd is.
Wanneer zij symmetrisch gelokaliseerd is t.h.v. processus alveolaris, is dit de enige tumor die veilig is. Dan is het een symmetrisch fibroom.
Ontrbeekt die symmetrie, dan kan het nog een fibroom zijn, maar in de overgrote meerderheid van de gevallen zal het een semimaligne of maligne speekselkliertumor zijn.
Meest frequente laesies
parulis
ranula
pyogeen granuloma
dermoïd cyste
reuscel granuloma
lymfo-epitheliale cyste
perifeer fibroma
ONDERLIP
perifeer ossifiërend fibroma
mucocoele
doorgroeiende zwelling vanuit het bot
BOVENLIP
speekselkliertumor
benigne mesenchymale tumoren
dentigere cysten
fibreuze hyperplasie
pericoronitis
speekselkliertumoren
mucoepidermoid carcinoma
benigne hemangiomen
tori
benigne lymfangiomen
abcessen
neurale schede tumoren
speekselkliertumoren
granulair cell tumor
systeemaandoeningen:
- amyloidosis
- specifieke granulomateuze aandoeningen: tbc, histoplasmose
maligne aandoeningen
Lokale niet-plaque gerelateerde tumefacties
EPULIS = zwelling van tandvleesrand âžž verder geen specificatie
Pyogeen granuloma of botryomycoma
Voorkeurslokalisatie
gingiva
elders mucosa kan ook
Voorkomen
exofytisch
sterk gevasculariseerd âžž rode kleur en makkelijk bloeden
granulomateus
tot 1cm groot
meestal glad maar kan ook ulcer of wratachtig voorkomen hebben
vaak in nauwe relatie met tandsteen (irritans)
Etiologie
onzeker
vermoedelijk excessieve immuunreactie op lokale prikkel
nieuwe classificatie âžž vasculaire laesie = lobular capillary hemangioma
frequenter bij zwangeren (pregnancy tumor) âžž gewijzigde hormoonbalans âžž meer immuunactiviteit
biopteren om SCC uit te sluiten
R/
heelkundige excisie
verwijderen uitlokkende factor
Perifeer fibroom
Voorkeurslokalisatie
marginale gingiva
voorkeur voor interdentale papil
Voorkomen
goedaardige focale fibreuze hyperplasie
glad oppervlak
niet geülcereerd en normaal van kleur
bij jong volwassen vrouwen
evolutie
scleroseren
evolutie naar pyogeen granuloom
Etiologie
inflammatoire hyperplasie
oorsprong in PDL
R/
excisiebiopt met rootplaning
gezien moeilijke DDx klinisch met perifere odontogene tumoren
Perifeer reuscel granuloom
Voorkeurslokalisatie
gingivarand of processus alveolaris
Voorkomen
gesteeld of sessiel
vooral bij vrouwen rond 30 jaar
weke tot vaste consistentie
donkerrood
glad of hobbelig
erosie kan
Etiologie
weefselreactie op irritatie
provocerend trauma: extractie, prothese
geassocieerd aan clastische activiteit (wortelresorpties)
R/
excisie
heel grote neiging tot recidief
Torus mandibularis
Voorkeurslokalisatie
bilateraal linguaal van de mandibula regio PM
zeldzaam unilateraal
Voorkomen
harde zwelling
traag progressief groeiend
vaak toevalsvondst
Etiologie
exostose
raciale verschillen
R/
hoeft niet
tenzij:
preprothethisch
start RT
start anti-resorptie medicatie
Perifeer ossifiërend fibroom
Voorkeurslokalisatie
exclusief t.h.v. gingiva
vanuit interdentale papil
kan ook bij edentaten
Voorkomen
progressief traag groeiend harde zwelling
glad oppervlak
ulceratie kan
geen verkleuring
Etiologie
histologie: osteoïd of cementachtig weefsel ⇒ benaming
niet gelinkt aan ossifying fibroom bot
eigenlijk ook geen fibroom
daarom eerder naam: fibreus epulis
R/
DDx: pyogeen granuloom of perifeer reuscelgranuloom
POF vaak normaal van kleur
diepe excisie inclusief periost en PDL âžž letsel onstaat hier waarschijnlijk uit
nadien scalen en rootplanen
Epulis fissuratum
Voorkeurslokalisatie
mucosaplooien bij prothese
Voorkomen
flabby ridge
diepe mucosaplooien rondom protheserand met vaak traumatisch ulcus in de diepte (cave maligniteit!)
Etiologie
inflammatoire fibreuze hyperplasie
associatie met oude slecht passende prothese en resorptie van processus alveolaris
R/
lokale excisie âžž nadeel is dat omslagplooi nog ondieper wordt en makkelijk recidief âžž sulcusverdieping nodig
heling per secundam (niet primair sluiten) met prothese in situ is alternatief met nadien nieuwe prothese
je kan ook trial doen met prothese uitlaten en heling afwachten
Congenitale fibromatose
Voorkeurslokalisatie
bovenkaak
Voorkomen
gesteelde zachte tumor
glad oppervlakte
uitsluitend bij pasgeborenen
van heel klein tot heel groot
Etiologie
DDx met granular cel myoblastoma (Abrikosoff tumor) âžž kan op iedere leeftijd en zit op tongrand
DDx met congenitaal sarcoom of teratoom
R/
excisie
Epulis gravidarum
Naast zwangerschapsgingivitis
Lokaal epulis
Klinisch DDx met pyogeen granuloom
R/
eerst zuurstofwater, chloorhexidine, goed poetsen
als daarmee niet weg, kan het worden verwijderd
uitstellen tot post partus âžž makkelijk recidief en veel bloeding bij excisie
Gegeneraliseerde niet-plaque gerelateerde tumefacties
Fibromatosis gingivae
Voorkeurslokalisatie
interdentaal in molaarstreek
kan vanaf melktanden
Voorkomen
gegeneraliseerde epulis met multinodulair aspect
Etiologie
hereditair
autosomaal dominante overerving
> Laband syndroom
splenomegalie
vergrote weke delen neus en oor
hyperflexibiliteit
verkorte vingers/hypoplasitsche nagels
R/
moeilijke DDx medicatie-induced gingivahyperplasie en leukemische infiltraten
gingivectomie + prothese voor functionele/esthetische outcome
recidief!
Medicatiegerelateerde hyperplasie
Voorkeurslokalisatie
start interdentale papillen
meest uitgesproken vestibulair van front
Voorkomen
kan volledige tanden ‘opzwelgen’
voor lange tijd normale kleur en stippeling
bij ontstaan van diepe pseudopockets ➞ ° inflammatoire gingivitis
Etiologie
anti-epileptica
33% van fenytoïne (in mindere mate bij depakine)
indien fenytoïne + phenobarbital: 83%
vooral frontstreek
CaCh blockers
nifedipine 10%
verapamil
diltiazem
immuunsupressiva
5-16% van de patiënten die cyclosporine gebruiken
dosisgerelateerd
meer uitgesproken indien voorafgaand transplantatie gedaan werd
DD: mondademhaling
R/
gingivectomie
goede mondhygiëne
Cyclische neutropenie
Voorkeurslokalisatie
multifocaal op mucsoa
Voorkomen
cyclische (om de 20 dagen) multifocale ulceraties op de mucosa
blijven 1 week aanwezig
oppervlakkige ulcera met erythemateuze halo
eventueel ernstige paro
gaat samen met otitis media, gewrichtslast en hoofdpijn
Etiologie
neutropenie
hypothese: maturatie arrest in beenmerg
R/
hematologisch
slechte prognose voor paro
Niet-specifieke hyperplastische gingivitis
Voorkeurslokalisatie
vanuit interdentale papillen
Voorkomen
mild oedemateuze gingiva met erytheem (sterk erythemateus!!)
veralgemeende zwelling
tandplaque accumulatie met paro aantasting vaak aanwezig
Etiologie
vaak bij zwangeren
R/
uitsluiten DM Type 1, leukemie en neutropenie âžž bloedstaal
DDx medication induced gingivitis en fibromatosis gingivae alsook vele anderen
paro curettage + profylaxis + algemene mondhygiëne
Granulomatosis met polyangiitis (GPA-Wegener)
Voorkomen
zeer destructieve granulomen in luchtwegen, necrotiserende angiitis en glomerulonefritis
één van eerste symptomen zijn sinusitis en rhinitis + hoesten van bloed
benige aantasting neus, sinussen en gehemelte
pathognomonische veranderingen aan gingiva
gegeneraliseerde hyperplastische gingivitis
karakteristiek korrelig of gelobd teleangiëctatisch uitzicht
Etiologie
zeldzame auto-immune vasculitis
ANCA’s in bloed
DDx: makkelijk te maken door teleangëctatisch uitzicht
R/
corticoïden
chemotherapie (cyclofosfamiden)
adrenaline vermijden âžž geeft nog meer necrose
DM type 1
Voorkeurslokalisatie
diffuse of multifocale erythemateuze gingiva
Voorkomen
veel paro problemen
microangiopathie en atherosclerose
vaak paro abcessen
Etiologie
auto-immuniteit tegen eilandjes van Langerhans
R/
nuchtere glucosebepaling
AB en paro debridement
Zwangerschapsgingivitis
Voorkomen
gegeneraliseerde epulis
vuurrode en hobbelige, gezwollen gingiva
makkelijk bloedingen bij sonderen
Etiologie
hormonale wisselingen
R/
biopsie om DDx uit te sluiten: Kaposi sarcomen, angiosarcomen en leukemie
paro behandeling
verdwijnt spontaan na partus
Leukemie
Voorkomen
helft van de patiënten met acute leukemie: bij acute monocytaire leukemie
verdikte interdentale papillen
rood/blauw van kleur en kunnen hard aanvoelen
ulceraties met pseudomembraan zijn mogelijk
verhoogde bloedingsneiging (thrombocytopenie)
petechieën
ecchymose
hemartrose
Etiologie
infiltraat gingiva met leukemische cellen
DDx met niet-specifieke hyperplastische gingivitis, fibromatosis gingivae en medicamenteuze hyperplasie
R/
dringend biopt en bloedname
behandeling door hematoloog
regressie na remissie leukemie
Tumefacties van de mondvloer
Inleiding
Denk altijd eerst aan speekselklierpathologie
primair: benigne of maligne neoplasmata âžž laattijdige ontdekking
secundair: sialolithiase
Infectie kan ook
Angina van Ludwig!
Ranula
Pseudocyste gevuld met mucine in uitvoergang gl. sublingualis
Blauwe kleur en lijkt op buik kikvors < afgeleide naam uit Latijn
Bij uitgesproken zwelling âžž obstructie speekselklier
R/
excisie
cave plunging ranula ⇒ benaderen via de hals
Tumefacties van de tong
Inleiding
Altijd goed maligniteiten nakijken âžž vaak pas laattijdige ontdekking
Tong heeft goede vascularisatie, bezenuwing en lymfatische voorziening
Indien twijfel âžž better be safe than sorry en verwijs door
Irritatiefibroom
Voorkeurslokalisatie
tongpunt
Voorkomen
lokaal verheven
glad en zacht
normale kleur
soms ulceratie door irritatie
Etiologie
traumatisch fibroom/inflammatoire hyperplasie
ongeveer hetzelfde als perifeer fibroom
R/
wegnemen oorzaak!!
prothese uitlaten tot genezen is
excisie
Pyogeen granuloom
Cfr. gingivale tumefacties
Kan ook op tong
Varices en flebectasieën
Voorkeurslokalisatie
bilateraal ventrale zijde tong
Voorkomen
multipele confluerende blauwe of paarse verhevenheden
zijn wegdrukbaar indien geen trombus
Etiologie
anamnestisch vaak mineur trauma
geen relatie met systemisch lijden
R/
hoeft niet
kan via electrocoagulatie of laser
Granulaire cell tumor
Voorkeurslokalisatie
tong
Voorkomen
klein pijnloos knobbeltje
gelige kleur
kan multipel zijn (zeldzaam)
Etiologie
> naam uit korrelig aspect van cytoplasma cellen
kan overal in het lichaam, maar voorkeur voor mondholte en tong
onzekere etiologie: waarschijnlijk uit zenuwweefsels
bij biopsie soms pseudo-epitheliomateuze hyperplasie âžž APO zegt dan foutief plaveiselcarcinoom
R/
excisie
indien onvolledig, kleine kans op recidief
Schwannoom
Voorkeurslokalisatie
kan overal in het lichaam
frequent op de tong, zelden op de lip
Voorkomen
pijnloos en zacht bij palpatie
goed omkapseld en beperkt groeipotentieel
Etiologie
maligne degeneratie is zeer zeldzaam
R/
excisie
Hairy tongue
Voorkeurslokalisatie
achterste deel dorsum linguae
Voorkomen
lengte tot 2cm
kleur varieert: wit-geel-bruin-zwart (lingua nigra)
pigmentatie door tabak, voedsel, chromogene bacterie
symptomatisch of jeuk/branderig
Etiologie
verlenging van de papillae filiformis
DDx met beslagen tong
verkleuring van exogene oorsprong die de lengte van papillen niet overschrijdt (3mm)
eigenlijke etiologie niet goed gekend
mogelijks vertraagde eliminatie hoornlaag of overdreven keratine aanmaak
overvloedig gebruik waterstofperoxide, onvoldoende mondhygiëne en roken
gebruik AB of CS?
eventueel verlaagde pH van mondsecreten âžž blokkeert normale desquamatie
R/
borstelen tong met water en harde tandenborstel voor minstens 2 minuten per dag
matig succes met trichloorazijnzuur of podophyllum resin
Lingua rhomboïdea of glossitis rhombica mediana
Voorkeurslokalisatie
dorsaal op tong net anterieur van foramen caecum
Voorkomen
ovaalvormige verhevenheid of depressie
goed afgelijnd, niet groter dan 2cm
rood, glad of korrelig opeprvlak
kan lichte pijn of ongemak geven
vaak op middelbare leeftijd
Etiologie
Candida wordt vaak geïsoleerd, maar geen eensgezindheid over de rol
vroeger was theorie ontwikkelingsstoornis van tuberculum impar (<-> middelbare leeftijd)
DDx: ectopische schildklier (moet dorsaal van foramen caecum ligggen) âžž scintigrafie voor uitsluitsel
geen maligne omvorming
R/
lokale antifungale medicatie
eventueel cryotherapie
rookstop!
Vasculaire malformatie
Voorkeurslokalisatie
tong en mondbodem
lippen en wangslijmvlies
lymfangioom vaak op middellijn
hemangioom vaak lateraal op voorste deel tong
Voorkomen
vlakke of verheven afwijking met diep rode/blauwrode kleur
onscherpe begrenzing
van enkele mm tot enkele cm
lymfangioom: kleine grijze bolletjes
Etiologie
moeilijk klinisch onderscheid tussen hemangioom en lymfangioom
gebruik MRI of angiografie
verkalking kan optreden indien lang aanwezig = flebolieten
R/
cryochirurgie
scleroseren
laser
embolisatie
Indien je vasculaire malformatie ziet in de mond. Doe geen extracties!!!
overlijdens bij extracties typisch bij patiënten met AV-malformatie of levercirrose
Tumefacties van het palatum
Inleiding
Denkbeeldige lijn tussen premolaren
anterieur hiervan: meestal goedaardig
posterieur hiervan: aandacht voor maligniteit
Andere vuistregel:
bilateraal of middellijn: meestal goedaardig
unilateraal: sneller denken aan maligniteit
Torus palatinus
Voorkeurslokalisatie
middellijn
Voorkomen
beenharde exostose
Etiologie
bot
bij 20% van bevolking
R/
hoeft niet weg
verwijderen preprothetisch, antiresorptieve medicatie
met hamer en beitel en boor
neem afdruk, frees de torus weg en laat een gehemelteplaatje maken dat je na de ingreep kan aanbrengen als tamponade!
Neurofibroom
Voorkomen
vast elastische indruk
solitair of multipel
Etiologie
goedaardig gezwel uit Schwanncellen perifere zenuw
10% is neurofibromatose gerelateerd
café-au-lait vlekken + andere neurofibromen
kan maligne degenereren naar sarcoom
R/
heelkundige excisie
Necrotiserende sialometaplasie
Voorkeurslokalisatie
hard of week verhemelte
Voorkomen
focaal diep geülcereerde zone harde of zachte verhemelte
kan bilateraal
ulceratie
groot
niet geïndureerd
groot necrotisch centrum met ruwe bodem en grijze membraan
pijnloos
Etiologie
lijkt maligne maar is goedaardig
geneest spontaan binnen 2 maand
etiologie is ongekend maar mogelijks op basis van vasculaire occlusie âžž necrose mineure speekselklieren
vraag altijd LA met vasoconstrictor na
R/
geneest spontaan
bij twijfel âžž biopsie
Pyogeen granuloom
Kan ook voorkomen t.h.v. palatum
DDx met fistel, abces van dentogene oorsprong
laterale snijtand of palatale wortel molaar
PGA
Voorkeurslokalisatie
‘midline granuloma’
Voorkomen
eerst ulcus palatum met osseuse aantasting
progressieve perforatie palatum en verlies neusseptum
aantasting oogkassen in uitzonderlijke gevallen
Etiologie
midfaciale osseuze resorptie en necrose
lethaal verloop kan zonder behandeling
DDx met andere granulomateuze inflammaties (tertiaire syfylis, antraal carcinoom,…) of cocaïne
R/
radiotherapie
Tumefacties van de buccale mucosa
Quasi steeds goedaardig
Vb.
irritatiefibroom
epulis fissuratum
bijtfibroom
Aandacht voor maligniteit bij
verruceus carcinoom/leukoplakie
retrocommissurale candidiase
tumor accessoire glandula parotis: dit kliertje is bij 10% van de bevolking aanwezig en is bij pathologie quasi steeds maligne
Retromolair
aandacht voor eventuele zwellingen uit bot
cysten van dentogene oorsprong
botcysten
pericoronitis
Mucoepidermoïd carcinoom van mineure speekselklier
kan zelfde vorm aannemen als mucocoele
groot, cystisch fluctuerend en geïndureerde rand
Tumefacties van de lippen
Uitsluitende mucosale zwelling âžž vaak maligne
Vaak gaat het over een secundaire (onderliggende) zwelling
Mucocoele
Voorkeurslokalisatie
onderlip
Voorkomen
focale muceuze zwelling
Etiologie
mucine-opstapeling in submucosale laag na mineur trauma
frequentste oorzaak zwelling onderlip
DDx: semimaligne en maligne speekselklieraandoeningen (zeker als het in de bovenlip is!!)
DDx: minor gland sialolithiasis âžž dan moet je steen kunnen palperen
indien letsel op lip dat overgrijpt naar de huid dan is het geen mucocoele, maar vb. sarcoidose
R/
excisie
Sialocyste
Focale dilatatie t.g.v. geobstrueerde afvoergang
Lip en mondvloer
Frequent bij ouderen
Cheilitis angularis
Voorkeurslokalisatie
mondhoeken
Voorkomen
focale ulceratie
oppervlakkige barsten, keratose en mild erytheem t.h.v. mondhoeken bilateraal
Etiologie
veroorzaakt door of surinfectie door Candida albicans
voorbeschikkende factoren
afgenomen beethoogte
uitgesproken huidplooien
vitamine B deficiëntie
pernicieuze anemie âžž + atrofische glossitis
HIV
R/
eliminatie voorbeschikkende factoren
antifungale middelen
Cheilitis granulomatosa
Voorkeurslokalisatie
boven- en onderlip
Voorkomen
jong volwassenen + middelbare leeftijd
diffuse zwelling boven- en onderlip
strak gespannen gevoel
langzame ontwikkeling (DDx met allergisch angio-oedeem)
Etiologie
zeer invaliderende therapieresistente granulomateuze ontsteking van de lippen
Crohn en regionale sarcoïdose worden hieraan gelinkt, GI aandoening uitsluiten
2 vormen
Miescher’s cheilitis: beperkt tot de lippen
Melkerson-Rosenthal syndroom: facialisparese, lingua fissurata én aantasting van de lippen met oedemateus voorkomen
diagnose op basis van biopt (sarcoïdose uitsluiten)
R/
recidiverend verloop
afwachtend beleid als symptomen het toelaten
eventueel biopsie
voldoende diep om granulomen aan te tonen âžž dan sarcoidose nakijken (longfoto)
lokale corticoïden bij pijnklachten
bij extreme gevallen ➞ intralaesionele coritcoïden
bij forse en aanhoudende zwelling: uitdunnen lip
blijvende gevoelsveranderingen
onvoorspelbare esthetiek
Angioneurotisch oedeem
Voorkeurslokalisatie
gelaat
Voorkomen
diffuse zwelling gelaat, lippen, ogen en tong
kan levensbedreigend zijn, indien optreden glottisoedeem
soms inclusief handen en voeten = non-pitting oedeem
kan uren tot dagen duren en recidiveren
Etiologie
plotse optredende vasodilatatie = Quincke’s oedeem
plotse vrijzetting histamine âžž uitgesproken plasmatranssudaat
R/
gekoppeld aan etiologie
belangrijkste âžž luchtweg vrijwaren!
erfelijk vorm (deficiëntie C1-esterase inhibitor): C1-esterase concentraat toedienen
allergische reactie: soms als bijwerking van ACE-inhibitoren, antibiotica, schaal en schelpdieren, noten….
R/
antihistaminica
corticoïden
adrenaline
Sarcoïdose
Voorkeurslokalisatie
90% heeft longaantasting
kan ook mondslijmvlies aantasten
Voorkomen
solitaire of multipele granulomateuze knobbels
Etiologie
gegeneraliseerde granuloomvormende stapelingsziekte zonder centrale necrotische haarden (TBC)
ACE is in 50% van patiënten gestegen (labo!)
R/
biopsie
internistische behandeling: corticoïden
Last updated